Interview met natuurkundige

"De markt is de adviseur van de architect, niet de drempel"

interview_experts_fraunhofer_institute

Decibellen en nagalmtijd zijn nagenoeg overbodig geworden bij het bepalen van een perfecte geluidssituatie. Deze interessante uitspraak is gedaan door twee experts van het Fraunhofer-Institute for Building Physics (Stuttgart, Duitsland). Natuurkundige Dr. Ir. Horst Drotleff en psycholoog Dr. Andreas Liebl stellen daarbij dat architecten en adviseurs vaker naar de wens van de gebruiker zouden moeten luisteren. Door middel van "psycho-akoestische" methoden ontwikkelen deze experts innovatieve akoestische systemen.

Dr. Ir. Drotleff, Dr. Liebl, u onderzoekt het thema ruimteakoestiek. Een belangrijk aspect in uw onderzoek is psychologie. Wat heeft akoestiek met onze psyche te maken?

A. Liebl: Behoorlijk veel. We ontwikkelen hier bij het Fraunhofer-Institute oplossingen, die de akoestiek van een ruimte naar hun het gebruik van de ruimte configureren. Dat is bij akoestiek essentieel: eerst moet de functionaliteit van de ruimte bekend zijn. Daarna kun je deze op de juiste wijze akoestisch optimaliseren, namelijk naar persoonlijke akoestische luisterbeleving.

H. Drotleff: Aan een restaurant worden andere eisen gesteld dan aan een klaslokaal. In de ene situatie is gepaste rust gewenst, in de andere situatie is spraakverstaanbaarheid vooral van belang. Denk bijvoorbeeld aan de entree van een groot openbaar gebouw: een grote ruimte waar waarschijnlijk veel harde materialen gebruikt zijn, zoals staal, natuursteen en glas. Het plafond is dan de meest geschikte plaats van de ruimte om het akoestische comfort mee te verbeteren. Het is meestal de grootste ononderbroken oppervlakte van een ruimte.

Kun je zo'n akoestische verwachting ook objectief meten?

A. Liebl: Natuurlijk. Met verschillende methodes uit de psychologie, zoals interviews en experimenten. We gebruiken de mens als "meetinstrument" om het persoonlijke gebruikersoordeel te onderzoeken. Wanneer we bijvoorbeeld ruis meten, blijkt dat mensen dit op persoonlijke niveaus beoordelen: precies hetzelfde ruisniveau, maar uiteenlopende beoordelingen door de verschillende respondenten.

In kantoortuinen moet men kunnen samenwerken, maar moet zich ook kunnen concentreren. Hoe kom je tot de gulden middenweg?

A. Liebl: Zoals gezegd is er geen eenduidige perceptie van geluid. Er zijn wel patronen te inden die voor specifieke groepen mensen gelden. Zo definiëren we ook de akoestische omstandigheden. Ons onderzoek toont aan dat bijvoorbeeld het toevoegen van geluid ook van invloed is op de geluidssituatie van een kantoortuin: proefpersonen ervaren deze als rustiger, omdat de spraakverstaanbaarheid afneemt.

"Hoe stiller, hoe beter" is dus niet altijd van toepassing?

A. Liebl: Nee. Er dient altijd gezocht te worden naar de juiste balans. Tot nu toe heeft de markt zich vooral gericht op het reduceren van het geluidsniveau. Het is zoeken naar de balans tussen geluidsreductie, nagalmtijden en spraakverstaanbaarheid. Te veel akoestische oplossingen in een ruimte maakt de ruimte "doods".

In de moderne architectuur vinden we veel beton en glas. Dit is akoestisch lastig. Betekent dit dat een architect zijn ontwerp zou moeten opofferen voor het behalen van eeakoestische balans in materialen?

H. Drotleff: Zeker niet. Functionaliteit en design lijken soms contrasten, maar dat is niet zo. Naadloze, akoestische volumes, met ronde vormen of een strak lijnenspel: de markt heeft diverse oplossingen ontwikkeld. De markt is de adviseur van de architect, niet de drempel.

Meer informatie?

download_brochure_stosilent

Lees meer over de akoestische oplossingen van Sto in de StoSilent brochure.